Kwekerij Moerheim - Geschreven tekst

In 1888 werd kwekerij Moerheim opgericht door Bonne Ruys, de vader van Mien Ruys. Vaste planten kwamen in die tijd steeds meer in de belangstelling en Moerheim werd groot in het kweken van nieuwe vaste planten.

Korte voorgeschiedenis

Bonne Ruys (1865 – 1950) was getrouwd met Engelina Gijsberta Fledderus (1872 – 1935), domineesdochter uit Hellendoorn. De familiegeschiedenis gaat terug tot de 12e eeuw.

Bonne was afkomstig uit een handelsgeslacht uit Kampen. Op 6 jarige leeftijd verhuisde de familie naar Dedemsvaart.

Zijn zwager Arend Berends in Dedemsvaart had het huis Moerheim (huis in het veen) met 10 hectare grond gekocht en bood de vader van Bonne aan het huis en de landerijen voor dezelfde prijs over te nemen.

Bonne volgde na de lagere school de Franse school (MULO) op de Kalkwijk.  

Vanaf zijn 10e jaar gaf Bonne al aan dat hij kweker wilde worden. Met zijn boezemvriend Francois van der Elst kwam hij regelmatig op de boomkwekerij van de heer Jongkindt Koninck.

De invloed van Jongkindt Koninck

Het leren verliep voor Bonne moeizaam, zijn vader begreep al snel dat de MULO-school niets voor hem was. Op advies van Jongkindt Koninck stuurde zijn vader hem naar een kostschool in Brussel. Om kweker te worden, was het zeer belangrijk om vreemde talen te spreken, vond Jongkindt Koninck en dat kwam op deze kostschool ruim aan de orde.  Het duurde tot 1882 dat de vader van Bonne akkoord ging dat Bonne als leerling zou komen bij de heer Jongkindt Koninck te Dedemsvaart.

De heer Jongkindt Koninck noemde zijn kwekerij Tottenham daar hij een jaar gewerkt had op de kwekerij van de heer Thomas S. Ware, die toen een grote kwekerij had van vaste planten in Tottenham.

Eerste werkervaringen van Bonne Ruys

Begin 1885 ging Bonne naar Engeland, naar de kwekerij van de heer Thomas S.Ware. Ook in Duitsland heeft Bonne op meerdere kwekerijen gewerkt, helaas op de meeste maar voor korte tijd.

Op 20-jarige leeftijd solliciteerde Bonne naar chef kwekerij van de heer M. Rahder, boomkweker te Hoogeveen. Na enkele maanden werd de heer Rahder ernstig ziek en vroeg Bonne om de zaak over te nemen.

Bonne had daar echter geen zin in; hij voelde zich nog te jong om een eigen zaak te beginnen en wilde eerst goed op de hoogte zijn van de cultuur van groente en fruit en ook de zaadteelderij en zaadhandel.

Na Hoogeveen nam Bonne een betrekking aan in Zwijndrecht bij de firma Gebrs. Van Namen.

Ontstaan van de kwekerij

In november 1887 hield de heer van Namen een lezing in Dedemsvaart over tuinbouw. Hij logeerde bij de vader van Bonne en gaf in één van de gesprekken met vader Ruys aan dat hij het vreemd vond dat zijn zoon, Bonne, nooit over een eigen kwekerij sprak in Dedemsvaart. Volgens de heer van Namen was de grond uitermate geschikt voor zowel zaadteelderij als voor groentencultuur. 

In 1888, 15 maart, startte Bonne (22 jaar) met een kwekerij in Dedemsvaart: hij noemde de kwekerij “Moerheim”, naar het ouderlijk huis. In feite wist Bonne geen betere naam.

Eigenlijk wilde Bonne hier ook geen kwekerij gaan beginnen vanwege de slechte verbindingen.  De doorslag was vooral de kwaliteit van de grond.

Moerheim Reuzen Peul

Het eerste jaar van de kwekerij Moerheim begon Bonne met het kopen van een partij groentezaden met als bedoeling om proeven te nemen.  Van de firma Gebrs. Dippe te Quedlinburg kocht hij een aantal pakjes nieuwe peul-varieteit, namelijk de Grauer Riesen Schnabel.  Dit was een soort met grote paarse bloemen, maar in de zomer bleek dat één stam grote witte bloemen had. Ook de peulen, die eraan kwamen waren bijzonder lang en breed.  Met enkele erwten ervan, de rest was opgepeuzeld door de vogels, begon Bonne te kweken.

Zijn vermoeden, dit kon wel eens een heel bijzondere soort worden, werd bewaarheid.  In 1892 had Bonne al zoveel gekweekt, dat hij in Erfurt met de firma Schmidt goede zaken kon doen. Deze firma, een groot zaadhuis, maakte veel werk van nieuwigheden op het gebied van groenten- en bloemenzaden. De naam van Bonne was hierdoor op de kaart gezet als zaadteler en zaadhandelaar.

Nieuwe vaste planten

In 1902 bracht Bonne een nieuwe vaste plant uit: de Aubrieta Hybr. Moerheimi [hij had deze plant eerder gevonden in een bedje met zaailingen, een plant met extra grote bloemen van een prachtige helder-roze kleur]. Deze plant nam Bonne mee naar de Temple Show in Londen waar de plant werd onderscheiden met een ‘Award of Merit’.

Een conflict met de mededirecteur van kwekerij Jongkindt Coninck leidde ertoe om een duidelijke omschrijving van planten te geven in tuinbouwbladen. Inzet van dit conflict was de dubbele witte Campanula Persicifolia. Bonne wilde deze plant als eerste in de handel  zetten. Mocht kwekerij Jongkindt Coninck deze plant eerder verkopen, dan wel onder de naam Moerheimi. Helaas bleek deze plant onder een andere naam in de catalogus van kwekerij J.C. te staan. Met allerlei middelen heeft Bonne deze zaak toch weer recht kunnen zetten. Wat de Moerheim reuzenpeul voor de zaadteelderij was, is de Campanula Moerheimi voor de vaste planten geweest. Beiden hebben gezorgd voor de wereldwijde bekendheid van de naam Moerheim.

Borders

Het border-idee werd door Bonne rond 1900 in zijn catalogus uitgebreid aan de orde gesteld. In Engeland werd het genoemd het “herbaceous-border”-idee [ door William Robinson en Gertrude Jeyll]. Bonne omschreef het als:” men plant groepjes vaste planten als soort bij elkaar, daarbij ook letten op het bloeien op verschillende tijden van het jaar, de hoogst groeiende planten dicht langs en zelfs tussen de heesters en de lagere planten vooraan die op deze wijze overgaan in het gazon.” In zijn jubileum-catalogus in 1913 schreef Bonne dat het gebruik van vaste planten steeds meer toenam, vooral in de zogenaamde “Borders”. Door de Eerste wereldoorlog lag de handel van vaste planten naar Duitsland geheel stil. Door deze mindere inkomsten werd in 1916 een afdeling tuinarchitectuur bij de kwekerij opgezet met als voornaamste doel voorlichting te geven bij het kiezen en samenstellen van beplantingen voor tuinen en parken.

Huize Nieuw-Moerheim

Ook wat betreft woongelegenheid vonden de nodige veranderingen plaats: Moerheim bood onvoldoende ruimte, een geschikt huurhuis was niet voorhanden, het meest voor de hand was een nieuw huis te laten bouwen. Dit nieuwe huis kwam naast het nu niet meer gebruikte kantoor van kwekerij Moerheim. Destijds stonden op die plek aardappelkuilen en een hooiberg.

Het huis werd gebouwd door architect K.A.Hakkert en kreeg toen de naam “Nieuw-Moerheim”. (nu “Huize Lellingbo”).  Tot 1928 heeft de familie hier gewoond.

Kroon op het werk van Bonne Ruys

Het zoeken naar en kweken van  nieuwe planten heeft een heel belangrijke rol gespeeld in het leven van Bonne Ruys. In het begin was zijn sortiment klein, door kruising slaagde Bonne erin variëteiten te vinden waarmee hij vooral in Engeland naam maakte.  Hij voegde op deze manier meer dan 100 soorten toe aan de bestaande vaste planten waarvan vele nog in de handel zijn:  o.a. Delphinium Moerheimi, Astilbe Betsy Cuperus, Phlox Spitfire.

In het jaar 1904, 31 augustus, mocht kwekerij Moerheim zowaar de titel van Hofleverancier gebruiken. De kwekerij had leveranties gedaan aan de Koninklijke tuinen van Soestdijk en Het Loo.

Bronnen:

  • “Memoires van Bonne Ruys”   1865 – 1950.
  • “Mien Ruys, een leven als tuinarchitecte”  Bonica Zijlstra.
  • “Mijn tuinman” Mien Ruys