Herfsttuin (2002)

Zoals de naam al doet vermoeden, is deze tuin in de herfst op z’n mooist. Dit onderdeel van de tuin heeft in de loop der jaren veel verschillende gedaantes gehad; van rozentuin via heidetuin en bijentuin naar de huidige Herfsttuin.

Vormgeving en beplanting

De beplanting van de Herfsttuin is voornamelijk gekozen op sierwaarde in het najaar.  Niet alleen in de vorm van bloei van de vaste planten, maar ook heesters en bomen met herfstkleur of bessen en siergrassen. De toepassing van de beplanting is natuurlijk. Niet traditioneel in groepen met een vaste plek zoals bijvoorbeeld de Oude proeftuin, maar door elkaar zoals in de Nieuwe border. De tuin wordt deels omsloten door een haag van veldesdoorn, Acer campestre. Het hekwerk op de grens met de Vakkentuin is begroeid met wingerd, Parthenocissus quinquefolia, die in de herfst vlammend rood kleurt. Aan de zuidzijde vormen verschillende soorten coniferen een gesloten groene wand. Aan de westzijde kijkt men tussen de beplanting door naar het terrein van de voormalige kwekerij Moerheim. Het pad in de Herfsttuin is in een bocht en verdiept aangelegd, zodat je tussen de beplanting door loopt. Het huidige ontwerp is in 2002 door het Buro Mien Ruys gemaakt.

Geschiedenis

Zoals al eerder genoemd, heeft deze tuin verschillende gedaantes gehad. Oorspronkelijk was de tuin een rozentuin in vierkante vakken en buxusblokken. Doordat de bomen aan de zuidkant van de tuin steeds meer schaduw gaven, werd de plek steeds minder geschikt voor rozen. Waarschijnlijk rond 1970 werd een deel van de Rozentuin vervangen door vakken met vaste planten en enkele sterke rozensoorten, de huidige Vakkentuin. Toen ook daar de plek niet geschikt bleek voor rozen, werden deze bij de uitbreiding van 1974 verplaatst naar het Bellen blazen -experiment.

Het andere deel van de Rozentuin werd vervangen door de Heidetuin. In die tijd waren heidetuinen een ware rage en op verzoek van bezoekers wilde Mien Ruys haar versie hiervan laten zien. Zelf was ze niet zo gecharmeerd van heidetuinen. Zij vond dat heide een onbegrensdheid suggereert en niet past in de tuin. Ook het feit dat heide er het hele jaar hetzelfde uitziet kon haar niet bekoren. De Heidetuin bestond uit een verdiept pad dat uitkwam in een cirkelvormige ruimte. Aan beide zijden van het pad stonden heidesoorten in lila en karmijn met grijsachtig blad, aangevuld met siergrassen en vaste planten, passend bij deze kleurstelling. Langs een tweede pad stond geelbladige heide, gecombineerd met geel- en goudkleurige heesters, coniferen en vaste planten. De vakken werden van elkaar gescheiden door dwergdennen en de overgebleven buxusblokken van de Rozentuin. De afscheiding met de Vakkentuin bestond uit een ‘haag op poten’ van goudelzen, Alnus incana ‘Aurea’.

Rond 1987 werd de Heidetuin veranderd in de Bijentuin. Ook voor heide bleek de plek teveel in de schaduw van de omringende bomen te liggen. De heide die door vorst en schimmels gesneuveld was, werd steeds meer vervangen door drachtplanten voor bijen en er werd een bijenkast geplaatst. Een aantal buxusblokken uit de Rozentuin had tot dan toe alle veranderingen overleefd en vormde ook in de Bijentuin een groene basis. Maar ook voor drachtplanten bleek de tuin te weinig zon te krijgen. De haag van goudelzen werd gerooid vanwege aantasting door het elzenhaantje en uiteindelijk werd de tuin in 2002 veranderd in de Herfsttuin.